Hasselteraak Dageraad

Hasselteraak Dageraad

Op deze website willen we een kijkje geven in de geschiedenis van de hasselteraak Dageraad. Beginnend met een vogelvlucht-historie, en meer uitgebreid een beeld van de restauratie, uiteraard ook zeiltochten, plus een aantal bij het schip behorende verhalen.

Laat je inspireren!

De historie in vogelvlucht
Van Eben Haezer, via Nieuwe Zorg, tot Dageraad

Originele meetbrief
Originele meetbrief

Het schip de Dageraad is gebouwd in 1905 op de werf van Appelo te Zwartsluis, als staalijzeren aakschip Eben Haezer voor schipper Jochem Frederiks uit Zwolle. Groot 60 ton. Lengte 18.44 meter, breedte 4.15 meter. Het bijzondere van het schip is de forse holte in verhouding met de lengte die waarschijnlijk gebaseerd is op de lengte van een toenmalige sluis in Genemuiden.

Begin 1900: Hasselteraak in Overijssel<br>Mogelijk de Dagaraad
Begin 1900: Hasselteraak in Overijssel
Mogelijk de Dagaraad

Vanaf 1916 is het schip in bezit gekomen van Tjeerd de Vries Meyeszn, de naam werd omgedoopt tot Nieuwe Zorg. Gedurende haar werkzame leven is zij in bezit gebleven van de familie de Vries. Vanuit Hasselt bevoer zij met allerhande verschillende vrachten de noordelijke provincies, Overijssel, Friesland, Drenthe.

In de jaren 50 is de mast, alsook het mastdek verwijderd en werd de den met 15 cm verhoogd. Het tonnage kwam daarmee op 63 ton. Het schip voer tot 1966 verder met een opduwer, aangedreven door een T-Ford motor, en Meye Tjeerdzn de Vries (zoon van Tjeerd Meyeszn) als laatste schipper. Met het sluiten van de Dedemsvaart verdween haar bestaansrecht als vrachtschip. Meye Tjeerdszn ging werken bij de NS in Zwolle en later in Amsterdam, waar de Nieuwe Zorg een vaste ligplaats kreeg langs het spoor in het Westerdok.

1996: De Nieuwe Zorg, Westerdok A'dam
1996: De Nieuwe Zorg, Westerdok A'dam

In 1997 werd ze daar ontdekt door de huidige eigenaren, inwoners van Hasselt, gemeente Zwartewaterland. Beiden zijn ervaren in het zeilen op historische vrachtschepen. Zij doopten het schip Nieuwe Zorg om tot Dageraad, want nieuwe zorgen wilden ze er zeker niet bij hebben. Er werd een restauratieplan gemaakt waarbij om te beginnen, het oorspronkelijke dekplan met mastdek weer teruggebracht werd. En ook werd al meteen een motor ingebouwd, om daarmee zelfstandig te kunnen varen.

2006: De Dageraad op het Ketelmeer (F.Rusch)
2006: De Dageraad op het Ketelmeer (F.Rusch)

De daaropvolgende jaren werd de verdere restauratie ter hand genomen, terwijl het schip gedurende die tijd als woonschip in de museumhaven van Rotterdam lag. In 2001 kwam het schip terug in haar oude nest Hasselt, waar het tot de dag van vandaag haar thuishaven heeft aan de Julianakade, op het Zwarte Water.

Sinds 2003 is de Dageraad weer onder volledig tuig. Haar huidige vaargebied: de Nederlandse wateren, de Waddenzee inclusief het Duitse Wad, het Jade/Weser gebied en de Oostzee.

In 2022 is de Dageraad verkocht aan een nieuwe eigenaar.

Restauratie Dageraad (1997-2019)

Hoe een casco met achterstallig onderhoud weer een volwaardig zeilend schip wordt. En dat er heel wat bij komt kijken voor het zover is. Hiernavolgend lopen we met forse stappen door een aantal grote klussen die de afgelopen twintig jaar zijn aangepakt.

De droom, Aart 1997
De droom, Aart 1997

Het casco van de Dageraad heeft een zodanige vorm en conditie dat we al bij aankoop dromen en fantaseren over het oprichten van een mast, het hijsen van de zeilen en zwerven over het Wad. Natuurlijk weten we dat het nog jaren kan duren voordat die droom werkelijkheid wordt, maar we koesteren hem zorgvuldig, want het is een leidraad die de motivatie levendig houdt.

Eerste gedachten over indeling<br>Gerben 1997
Eerste gedachten over indeling
Gerben 1997

Eerst maar eens goed oriënteren, en zien wat allemaal nodig is om zo ver te geraken. We raadplegen boeken, bestuderen foto's en bekijken veel details op zeilende binnenvaartschepen. Vooral de hasselteraak Annigje, en de tjalk Bruinvisch zijn een bron van inspiratie. Al pratend en tekenend ontstaan vastomlijnde plannen, compleet met maatgeving, materiaal en prioriteitenlijst. Gelukkig dienen zich links en rechts vrienden aan die een handje willen toesteken. Het mag gezegd dat vriend Wieke vanaf het prille begin, tot op de dag van vandaag de grote steunpilaar vormt. Alles is met hem bespreekbaar en uitvoerbaar; of het gaat om plannen uitdenken, werktekeningen maken, hout bewerken, zeileigenschappen verbeteren, of wat dan ook, op de Dageraad is hij all round. Aart en Wieke vormen een perfect duo, altijd vol plannen, creatief en vakkundig.

Ford Mermaid krijgt haar plek
Ford Mermaid krijgt haar plek

Argeloos dachten we dat het restaureren misschien wel een jaar of vijf hard werken zou betekenen. Wat we bij aanvang niet voorzagen is dat we twintig jaar lang, naast het reguliere onderhoud, iedere winter een grote klus zouden aanpakken. Dat vergt doorzettingsvermogen. Tot ons geluk hebben we dat niet als probleem ervaren, immers konden we van begin af aan genieten van alle zomers vaarplezier.

1997 Handen uit de mouwen; aanpakken en doorzetten
In een paar maanden tijd willen we het schip allereerst bewoonbaar en vaarklaar maken. De schipperswoning in het achteronder is in originele staat. In de huidige tijd is het onvoorstelbaar dat hier een gezin met 4 kinderen kon leven. Het is piepklein, er is geen water, geen elektriciteit, en het dieseloliekacheltje is al een moderniteit in vergelijking met de turf- en houtkachel waar mee verwarmd en op gekookt werd. Toch is het geen optie om daar volledig in te gaan wonen. Dus gaan we aan de slag in het ruim: oude buikdenning er uit, alles schoon schrapen, invetten, isolatie aanbrengen, en intimmeren. Tegelijkertijd wordt een Ford Mermaid, een Hurth keerkoppeling en schroefas ingebouwd. Halverwege het jaar vaart het schip en is het in al zijn eenvoud al prima bewoonbaar.

Schoon en droog
Schoon en droog

Grondhout voor betimmeren ruim
Grondhout voor betimmeren ruim

Wonen in het ruim
Wonen in het ruim

Noodzakelijk ijzerwerk: potdeksels, mastdek, mastkoker. Zowel aan bakboord- als aan stuurboordzijde zijn de potdeksels onherstelbaar verrot. Het is een kwestie van zorgvuldig wegsnijden, oplassen en met een halfrond (in plaats van platrond) afwerken. Meteen worden ook de halfrondjes geplaatst waar in een later stadium de houten zetboorden met de oorspronkelijke ijzeren scepters in kunnen zakken.

De oorspronkelijke plaats van mast- en mastdek is terug te vinden in de -in het ijzer- nagelaten sporen. Het mastdek krijgt de oude, asymmetrische plaatindeling zoals die op het voor- en achterdek duidelijk zichtbaar is. Mooi laswerk. Dat is een keuze geweest waar we achteraf , met de kennis van nu, toch hadden willen klinken.

Twee onder elkaar geplaatste openingen<br>voor scepter houten zetboord
Twee onder elkaar geplaatste openingen
voor scepter houten zetboord

Aanhechten bokkepoot
Aanhechten bokkepoot

Mastbout
Mastbout

Schoorsteenpijp ontwerp
Schoorsteenpijp ontwerp

Een vernuftige constructie. De schoorsteenpijp voorzien van morse-pook en kompas. Hoe vinden we een oplossing voor het aanbrengen van de motorbediening, zodanig dat het onzichtbaar, maar voor de roerganger toch hanteerbaar is? Alweer een vraag die een beroep doet op de creativiteit. De oplossing vinden we in het bouwen van een nieuwe schoorsteenpijp waar de morsekabels vanaf de motor, via de schipperskooi, door het schoorsteengat naar boven geleid worden. Bovendien biedt dat ook nog eens een uitstekend plekje voor het kompas. Een schitterende oplossing die uitstekend voldoet.

Het vooronder als kleine schatkamer. Tot groot geluk blijkt er veel, ook kleine dingen bewaard gebleven. Het vooronder biedt een schat aan originele spullen die we met liefde weer in gebruik nemen. We vinden er schalkhaken, bijeengebonden scepters van de zetboorden, een deel van het oude mastbeslag, borghaken voor de zwaarden, zonnetent staanders, zonnedoek van Egyptisch katoen (compleet met henneptouwtjes), visbouten, patrijspoortklossen, zinken teeremmer, opvouwbare katoenen ankerbal...

Patrijspoortklos
Patrijspoortklos

Patrijspoortklos zijkant
Patrijspoortklos zijkant

Geknevelde patrijspoort (binnen)
Geknevelde patrijspoort (binnen)

Origineel zwaardliertje
Origineel zwaardliertje

Wantputtingen
Wantputtingen

1998 Rondhouten, roer en zwaarden
In een timmerwerkplaats op Urk ligt veel houtwerk opgeslagen dat reeds door de erfgenamen bestemd is voor het restaureren van de Dageraad. Het is allemaal speciaal, in enigszins ruwe versie, op maat gemaakt: eikenhouten zwaarden, -roer en -helmhout; larix mast, giek en gaffel; grenen bokkepoten. Een enorme rijkdom! Naar Urk varen en dit alles ophalen is een feestje. De afwerking en het monteren is uiteraard nog een fikse klus.

2002-2004 Tuigage gangbaar maken
Zoeken naar mogelijkheden, materialen en eventuele ruilobjecten wordt als het ware een tweede natuur. Altijd weer is het oog gericht op bruikbare en/of inspirerende materialen. Zo ontdekten we ergens in het voorbijlopen een los staande zeillier en zwaardliertjes die mogelijk uitstekend op de Dageraad zouden passen. Bij navraag konden we die voor een habbekrats overnemen. Omdat de zeillier een stuurboordslier was, werd het een ruilobject voor een bakboord exemplaar. De originele zwaardliertjes bij ons aan boord wilden we graag behouden, dus gaven we de verkregen set door aan restauratieproject de Vijf Gebroeders in Genemuiden.

Een aantal van de vele benodigde blokken
Een aantal van de vele benodigde blokken

Ondanks dat er in het vooronder een paar wantspanners liggen, kiezen we ervoor om het staand want te bevestigen met talrepen. Daarvoor is het nodig om de wantputtingen te voorzien van driehoekig gesmeed beslag, met een uitholling voor het mooi inleggen van het touwwerk. Smid Paulus in Rotterdam was in staat om dit authentieke werkstukje voor elkaar te krijgen.

Bakstaghartje bakboord
Bakstaghartje bakboord

Op een botenbeurs in Naarden scoorden we een vrijwel volledige set houten blokken, nog lang voordat we die in gebruik konden nemen. Op precies het juiste moment tijd vertelt een skutseigenaar dat hij nieuwe zeilen heeft laten aanmeten en we zijn grootzeil en fok kunnen overnemen, inclusief een daarbij passende gaffel.

Mooi spul, waar we jarenlang veel plezier aan beleefden. Net zolang tot we in 2007 zelf in de gelegenheid zijn om bij Molenaar in Grouw een speciaal voor de Dageraad bemeten tuig te laten maken. Van dan af wordt het pas echt zeilen en komen we er achter dat het werkelijk een heel snelle zeiler is. De bevestiging van de bakstagen is nog volledig intact; hartvormig, met een oog binnen- en een oog buitenboord. Dat is een mooi detail dat we uiteraard gehandhaafd hebben.

2003 Billinga zwaarden komen in plaats van de eikenhouten
Tijdens het zeilen bleek al gauw dat de eikenhouten zwaarden die bij het schip hoorden niet voldeden. Ze waren een slag te klein en vooral ook veel te licht. Vaak vielen ze niet voldoende diep en hadden de neiging te gaan drijven. Ondanks dat ze volgens de oorspronkelijke maten gemaakt waren, en met ijzeren platen verzwaard, moest er bij iedere overstag iemand op gaan staan om ze diep in te trappen. We mochten gebruik maken van de timmerloods van de Flux op Urk en maakten daar goed passende, mooi gevormde zwaarden van billinga hout.

Ruwe versie zwaard
Ruwe versie zwaard

Schaven
Schaven

Schuren
Schuren

Klinknagels
Klinknagels

2004 Herstel van het doorgeroeste achterdek, prachtig klinkwerk
Op het achterdek zijn her en der klinknagels uitgezakt en ingevreten, de landen staan op meerdere plekken bol van de roest. Het vermoeden is ook dat in de schipperswoning onder het achterdek, het oorspronkelijke kraaldelen-plafond niet voor niks met gladde platen is overtimmerd. Bij het weghalen van het plafond blijkt dat overduidelijk: de roestvlokken en roestdelen komen in wolken naar beneden vallen. De schippers hebben meer dan een eeuw keurig alles in de olie gezet, maar nu wordt duidelijk dat het plafond voor de oliekwast een totaal onbereikbare plek was. Hier heeft niemand de tand des tijds weten tegen te houden.

Achterdek klinken
Achterdek klinken

In de winter van 2004 nemen we samen met restaurateur Bouke van de Kolk het achterdek onderhanden. Om wind, regen en kou buiten te sluiten, bouwen we een tent over het achterdek. Nadat de slechte delen zijn uitgesneden brengen we alles in stelling voor het klinken. Dan volgt het voorboren en vastbouten van de nieuwe platen in de exacte afmetingen. Een veldoventje met smidsevuur staat binnen handbereik klaar om de klinknagels tot de juiste roodtint te verhitten. De roodgloeiende nagel gaat in het afgesproken gat, en binnen zit Gerben klaar met een zware tegenhouder. Een paar forse klappen met de pneumatische hamer en het zit weer als geklonken. Al met al gaan er 250 klinken in, met als resultaat een achterdek zoals het altijd geweest is.

Dageraad onder tuig
Dageraad onder tuig

2005 Een nieuw plafonnetje in de schipperswoning
Voor het vernieuwen van het achterdek was uitbreken van het plafond noodzakelijk. Herstellen is dan de volgende logische stap. Onder de gladde platen kwamen prachtige kraaldelen vandaan, maar het was onmogelijk heel te houden voor hergebruik. Duidelijk is dat de scheepstimmerman in 1905 allereerst het plafond in timmerde, waar hij vervolgens al het andere onder bevestigde. Volkomen pas, en daardoor een erg lastig punt bij herstel. In Zwolle troffen we een houthandelaar die met het voorbeeld van een oud kraaldeel het benodigde hout (Zuid-Amerikaans Coique) in een identiek profiel schaafde. En gelukkig hebben we vriend Wieke die met alle houtklussen aan boord al heel veel werk verzette. Hij is de ervaren, doorgewinterde houtkenner en -timmerman met gouden handen. Hij adviseert en legt -100 jaar later- ook daadwerkelijk het plafond dat kan wedijveren met dat uit 1905.

2006 Aanbrengen van een reling, een concessie in verband met veiligheid
Met de normen van deze tijd kun je gerust zeggen dat het varen met een aak als de Dageraad niet echt veilig is. De zetboorden zijn laag, en op het achterdek is al helemaal geen bescherming. Een wat hogere reling zou veiliger zijn, maar is natuurlijk niet authentiek. Op dit punt moeten we dus een concessie doen. Maar wel een zo mooi mogelijke. Ook hiervoor gaan we te rade bij Bouke van de Kolk, bovengenoemd restaurateur, tevens vormgever en scheepskenner. Het resultaat is een prachtig uitgelijnde en demontabele reling. Alleen puriteinen kunnen zien dat dit geen origineel onderdeel is. Kijk op deze site naar de foto's van de Dageraad er op na en probeer daarop de reling te ontwaren.

Het oude (niet originele) ankergerei
Het oude (niet originele) ankergerei

Nieuwe anker -strijklier op voordek geïnstalleerd
Nieuwe anker -strijklier op voordek geïnstalleerd

Een van de onherstelbare wangen
Een van de onherstelbare wangen

2010 Vervangen van de anker-strijklier
Een paar sporen op het voordek geven aan dat er oorspronkelijk een anker-braadspil op de Dageraad moet hebben gestaan. In welk jaar die vervangen is door de huidige lier is niet bekend. Het gebruik van de aanwezige is niet eenvoudig omdat hij niet voor beide functies: ankeren en strijken is toegerust. Altijd een beetje behelpen, vooral bij het ankeren. Jarenlang zoeken we naar een beter exemplaar, en telkens weer grijpen we ernaast. De één is te groot, de ander te duur, en weer een andere heeft onoverkoombaar achterstallig onderhoud. Tot we in 2010 een goeie tip krijgen. Weliswaar heeft deze lier door roest aangetaste wangen, maar dat is te overzien qua restauratie. Sindsdien is het allemaal een stuk makkelijker, zowel strijken en zetten van de mast, alsook ankeren en anker opgaan.

2012 Fokkeloet
Bij voor-de-windse koersen is het altijd lastig om de fok volop mee te laten doen. Die gaat graag flapperen in de luwte van het grootzeil. Een vaste fokkeboom hebben we niet en willen we ook liever niet. Een oplossing is een fokkeloet die alleen aangebracht wordt indien nodig. Het wordt een vernuftig verlijmde holle boom, door één persoon te hanteren. In het midden van die boom is het aanhechtingspunt voor de schoot, die met behulp van een traveller bij een gijp vaan het ene boord naar het andere overgezet wordt.

Fokkeloet bakboord
Fokkeloet bakboord

Fokkeloet stuurboord
Fokkeloet stuurboord

Fokkeloet in een rubberband voor de mast
Fokkeloet in een rubberband voor de mast

2016 Herstel schilderwerk in de schipperswoning
In 2016 pakken we eindelijk dan eindelijk het lang voor ons uitgeschoven schilderwerk in de schipperswoning ter hand. Voorwaar geen kleinigheidje. Schier eindeloos krabben, schuren en de juiste verflagen opbrengen. Roze grondverf, roze zijdeglanslak, houtnerven met behulp van pigmenten en oelieen, hooglanslak, zijdeglanslak, met als finishing touch lijntje accentueren met ebbenhouten kleurpigment. Onder het hoofdstuk “Verhalen” is uitgebreid te lezen hoe dat in zijn werk ging.

Kastdeurtjes volledig kaal, geschraapt en geschuurd
Kastdeurtjes volledig kaal, geschraapt en geschuurd

Kastdeuren in 3 lagen roze grondverf
Kastdeuren in 3 lagen roze grondverf

In mahoniehouten look hersteld schilderwerk
In mahoniehouten look hersteld schilderwerk

Zeiltochten

Dageraad op snelheid
Dageraad op snelheid

Zeilen biedt een uitzonderlijke balans tussen inspanning en ontspanning. Tot het uiterste concentreer je op de wind, de stroming, de stand van de zeilen, de vaarroute. Ondertussen onderga je de beweging van het schip in het water. Er is geen ruimte voor andere dingen dan alleen dat. Continu vraagt het om vooruitkijken en anticiperen. Wat als... de wind toeneemt, de wind draait, de bui losbarst, de brug niet op tijd draait, de boei niet te halen is en zo meer.

Dan is er ook nog het feit dat je in alles op elkaar aangewezen bent en elkaar dus volkomen moet kunnen vertrouwen. Ieder moet elk benodigde handeling kunnen uitvoeren. Hoewel er in de praktijk wel bepaalde patronen ontstaan in wié wát doet. Vaak gewoon omdat iemand ergens handiger en sneller in is, of meer kracht heeft. Aan boord van de Dageraad bijvoorbeeld kan Aart bij gijpen en overstag gaan het achterdek beter bemannen omdat hij het bedienen van de grootschoot goed kan combineren met het opdraaien van de zwaardlieren.

Mattenschippersrace Blokzijl

Al vijftien jaar op rij verschijnt de Dageraad aan de startlijn van de Mattenschippersrace in Blokzijl. Altijd weer een enerverende, sportieve dag waar ze met een zestienkoppige bemanning veel plezier aan beleeft. Niet makkelijk om met een schip in de zware klasse de overwinning te behalen, maar toch is dat al 3x gelukt. In 2015, 2016 en 2018. Een topprestatie!

Jagen, jagen, jagen
Jagen, jagen, jagen

2015 Hasselteraak Dageraad wint Mattenschippersrace
"Zaterdag 25 april 2015 werd de 19de Mattenschippersrace gehouden. De Hasselter aak Dageraad, met schippers Aart te Velde en Ciel de Smet, voer met meer dan een half uur voorsprong het finish-lint doormidden. Dat gebeurde om 14.25 uur, de snelste tijd ooit. Het is heel uitzonderlijk dat een schip uit de zware klasse als eerste binnenkomt. Een topprestatie van de 18-koppige bemanning van de Dageraad!
De Mattenschippersrace is een zeilwedstrijd voor traditionele, zeilende vrachtschepen en voert de deelnemers vanuit Blokzijl door de kop van Overijssel.
De haven van Blokzijl lag het laatste weekend van april vol met traditionele schepen en scheepjes. Er was volop bedrijvigheid. Op zaterdagochtend moesten zeven grote schepen (van in totaal 20 schepen) al om 7.45 uur in het Sas van start. Door loting was de Dageraad het eerst vertrekkende schip. Zij nam meteen een voorsprong en heeft die koppositie gedurende het hele 40 kilometer lange traject behouden.

Inhaalactie!
Inhaalactie!

De Dageraad ging dus onbedreigd op de overwinning af. Toch heeft de bemanning van de Dageraad er keihard voor moeten werken. Vanuit Blokzijl moesten zij vrijwel het hele stuk tot aan de Kadoelen - en dat is ongeveer 10 kilometer - jagen en bomen. De wind uit zuidwest was te ongunstig om daar te kunnen zeilen. Vanaf Kadoelen scheurden zij met een dikke windkracht 4 over het Zwarte Water, richting Zwartsluis. Na een korte stop voor het ophalen van de mat, stoven ze verder over Meppeler Diep, Beukers, Belter- en Beulakker Wiede, Giethoornse Meer. De laatste kilometers zwoegden zij weer jagend en bomend naar de finish.

Het geheim van deze overwinning: Een gelukkige loting, een snelle en goed doordachte start, topconditie van de 18-koppige bemanning, perfecte samenwerking, 7 personen in de jaaglijn en 2 meelopende personen om elkaar van tijd tot tijd af te lossen, 4 sterke mannen aan de vaarbomen, en een halfwinder voor de voordewindse- en halfwind koersen.

Uitzeilen
Uitzeilen

2018 Dageraad eerste in Mattenschippersrace
En weer flikt de Dageraad het om met haar top-bemanning als eerste te finishen in Blokzijl. Grote vreugde en trots!

2019 Dageraad tweede in Mattenschippersrace
...het leek een bijna gelopen race toen bij Vollenhove de Dageraad nog steeds eenzaam op kop richting finish zeilde. Ook nu weer een knappe prestatie om bij pittige en vlagerige wind zo foutloos en snel met jagen, bomen en zeilen het parcours af te leggen.

De meeste indruk maakten een drietal goed bedachte en perfecte uitgevoerde manouvres: 1. Zeilend vanaf Beukersluis naar de overkant van het Meppelerdiep, waarna de jaagploeg letterlijk en figuurlijk het voortouw overnam. 2. Bij de eerste palen voor Zwartsluis zeilen hijsen en zeilend Zwartsluis in- en uit om daar als een speer de mat op te halen. 3. Kruisend van Zwartsluis tot voorbij Genemuiden het Zwarte Water bevaren.

Maar winnen doe je pas als je het finishlint als eerste doorbreekt. En tja, skuts de Eenvoud kwam op het Vollenhovemeer razendsnel, voor de wind, oplopen. Zij passeerde de Dageraad, zodat zij met de overwinning van 2019 kunnen pronken. De Dageraad dus tweede overall, en eerste in de zware klasse. Een pracht race gevaren. Alweer blij en trots.

Oostzee 2016

In de zomer van 2016 zeilen we met de Dageraad naar de Oostzee. Een lange tocht waarbij we ons ervan bewust zijn dat extra tijd nodig kan zijn wanneer zwaar weer ons dwingt tot stilliggen. Via Zwarte meer, Ketelmeer en IJsselmeer, door Friesland en over het Lauwersmeer naar het Wad. Veel regen, veel harde wind, dus blijven we aardig wat dagen liggen. Dat biedt vele ontmoetingen met andere zeilers, en fiets- en looptochten leiden naar nieuwe ontdekkingen.

Na de Duitse Waddeneilanden volgt de oversteek van de Jade- en Weserdelta. De windvoorspellingen doen ons besluiten om via de rivier de Geeste en het Harlekanaal naar de Elbe door te steken. Na ruim drie weken varen we dan eindelijk de Kielerfjord uit, de Oostzee op.

Een mijlpaal! Daar op het grote water is het heerlijk rondzwerven. Hier en daar een fjord in, mooie plaatsen bezoeken; genieten. En mooi weer terug natuurlijk. Het onstuimig voorspelde weer doet ons besluiten om vanaf Bremerhaven de Weser op te varen, om via Hunte door het ElisabethFehnkanal en de Leda weer naar de Eems en weer huiswaarts te gaan.

Wangeroog
Wangeroog

Engte bij Dyvig baai
Engte bij Dyvig baai

Spannende luchten Maasholm
Spannende luchten Maasholm

Jade en Duitse Wad 2018

In de zomer van 2018 varen we zes weken lang over meren, kanalen, rivieren en Waddenzee. In Nederland en in Duitsland. De winden zijn deze keer gunstig, althans gunstig genoeg om veel te kunnen zeilen. Dat doen we dan ook uitbundig, zelfs bij tegenstroomse koersen.

In feite maken we een forse cirkelvormige tocht. Vanuit Hasselt naar het noord/oosten, via Wilhelmshaven pal noord over de Jade naar Wangeroog. Van daaruit weer westwaarts.

Uiteindelijk is het Lauwersmeer de plek waar de cirkel zich sluit. Daar blijven we wekenlang en maken van daaruit kortere tochten. Half september sluiten we het zomerzeilen af met deelname aan de Garnalencup, een zeilwedstrijd voor historische schepen op het Lauwersmeer.

Scheepstype Hasselteraak

Hasselteraak
Hasselteraak

De Hasselteraak is een betrekkelijk 'jong' scheepstype. Haar vorm is ontwikkeld in de laatste decennia van de 19e eeuw. Zij werd oorspronkelijk als Overijsselsche praam in hout gebouwd, maar rond de eeuwwisseling werd de overstap naar ijzer en staal gemaakt. De werven van aanbouw lagen vooral in Overijssel, met name aan de Dedemsvaart, en specifiek ook in Hasselt en Zwartsluis.

De Hasselteraak heeft géén voorsteven. Vaak wel een uitstekend puntje vooraan, de zogeheten loefbijter die helpt het schip beter op koers te houden. Het boeisel loopt in één lijn door met de lijn van de romp. Achterop is dit boeisel, boven het berghout, enigszins naar binnen gebogen. Er zijn geen stuizen (stuis = deel van berghout in steven of achterschip).

Steven- geen zwaar berghout<br>en geen steven balk
Steven- geen zwaar berghout
en geen steven balk

De in ijzer of staal gebouwde schepen hadden vrijwel alle een roef; er waren echter ook dekschepen. In grootte varieerden ze van zo'n 30 tot wel 150 ton. De tuigage bestond uit een grootzeil met een lange, rechte gaffel, fok en eventueel ook kluiver. De grotere schepen hadden over het algemeen een mastdek op de den. De kleinere maten hadden de mast op het voordek. Het vaargebied voor de kleinere schepen was vooral de omgeving van Overijssel, Drenthe en Friesland. Aanvankelijk vervoerden zij meestal turf. De grotere Hasselteraken bevoeren het gehele land en namen alle soorten lading aan.

Algemene kenmerken hasselteraak

Tekst en foto's afkomstig van Stichting Stamboek Rond- en Platbodemjachten (SSRP: B. de Haas, H.n Sommer en B. Vermeer)

Verhalen

Het is een schip waarop en waarrond zich al ruim honderd jaar veel belevenissen afspelen. Omdat er nog zoveel details aanwezig zijn, en het schip naar haar oorspronkelijke staat is gerestaureerd, vormt het een bron van verhalen. Dankzij contacten met de schippersfamilie die er in vroegere tijd op voer, is er veel te vertellen over het leven aan boord van een vrachtscheepje dat in de noordelijke provincies van Nederland voer. Het mooiste is het om met een kop thee of een borrel in de oude schipperswoning te zitten en de verhalen tot leven te brengen.

Intussen heeft het schip een tweede leven gekregen, waarover ook weer heel wat te melden valt. Nooit eerder werd er zo hard mee gezeild, nooit eerder kwam het scheepje op de Zuiderzee, noch op het Wad. En helemaal bijzonder is dat zij oostwaarts zeilt, zelfs helemaal tot in Denemarken.

Nieuwe Zorg doet Dageraad gloren

Op een goeie dag in oktober 1996, krijgen we de tip om in het Westerdok in Amsterdam eens te gaan kijken bij “een mooi scheepje, met de naam Nieuwe Zorg”. Als we een paar dagen later, in het Westerdok, over een tegen de wal liggend schip geklauterd zijn, zien we een mooi gelijnde, kleine hasselter aak die, licht als een blaadje, hoog op het water ligt. Geen roef. De enkele centimeters verhoging van het achterdek, en ook de ingangskap doen ons twijfelen tussen type dekscheepje of paviljoenaakje. Losse verfbladders, droge zwaardliertjes, hier en daar wat lichte roest en zwart uitgeslagen houten delen, wijzen op behoorlijk achterstallig onderhoud. Bij nadere inspectie is de conclusie dat het schip toch in goede conditie is en dat het zeker de moeite waard is om het in ere te herstellen. Veel details laten zien hoe het zeilplan was; de plaats van het mastdek, wantputtingen, zwaardophanging, hartvormige bakstagputtingen enzovoorts. De bijzonder goed gelijnde, v-vormige kont (een kenmerk van werf Appelo in Zwartsluis) doet vermoeden dat het een snelle zeiler was. In gedachten hijsen we de zeilen al...

Bij een tweede bezoek, wanneer we met de eigenaar naar binnen gaan, groeit het enthousiasme bij het zien van het achteronder anno 1905. De enige verandering die het ooit ondergaan heeft, is het wegwerken van het kraalschroten plafonnetje door hardboardplaten. Alle paneeldeurtjes hebben hun eigen maat en ronde vorm en lopen perfect mee met de ronding van het achterschip. De okergele en bruine lijnolieverf vertoont nogal wat craquelé, maar is verder nauwelijks aangetast. Het lijkt wel een museum. En dan te bedenken dat tot voor kort hier nog een volledig leven geleefd werd! We kijken, bekloppen, tillen planken op, zetten dingen opzij en gaan in de weer met de duimstok. De den is met vijftien centimeter verhoogd. Dat is de enige niet-originele, maar tevens zeer welkome verandering, want daardoor biedt het stahoogte aan ons, lange mensen van een nieuwe generatie. In het vooronder staan potten verf, olie, teer en kwasten. Er liggen enkele gereedschappen, maar ook essentiële onderdelen als staanders voor een zonnetent, inclusief een katoenen kleed, compleet met hennep-lijntjes voor het vastzetten. Tevens al het ijzerwerk voor het bevestigen van de zetboorden. Een onbekend ijzeren voorwerp identificeren we later als een speciaal gevormde borg voor de ophanging van het zwaard.

Als ook nog blijkt dat roer, zwaarden en rondhouten reeds opnieuw gemaakt zijn en elders opgeslagen liggen, dan kunnen we niet anders dan overgaan tot onderhandelen over de aankoop. De Nieuwe Zorg gaat daarom de werf op. Alles blijkt goed. Ondanks dat we nog niet veel meer kunnen doen dan met teerkwasten en -rollers rondzwaaien, gaat het toch al voelen als “ons schip”. Hoe langer we naar dit eenvoudige scheepje kijken, hoe meer het een juweel wordt. Het enige obstakel vormt de naam Nieuwe Zorg. Op een of andere manier wil dat niet passen. Wellicht omdat een nieuwe zorg nou net het laatste is dat we erbij willen nemen. Hoewel duidelijk is dat het hard werken geblazen wordt, willen we dat relaxed en leuk houden. Dat stelt ons voor de opgave om een nieuwe naam te bedenken. Een naam waar we het met elkaar over eens moeten worden en die moet voldoen aan de eisen: ouderwets, Hollands en bij voorkeur met een onbekende belofte of wens in petto. Het begrip Dageraad heeft dat allemaal in zich.

Half januari 1997 wordt de koop definitief gesloten.
Zowel bij de notaris als in het kadaster wordt de naam Dageraad te boek gesteld. Van dan af valt een hoop te bedenken, te onderzoeken en daadwerkelijk met de handen te wapperen. Daarbovenop en tegelijkertijd ook nog zorgen dat daar het benodigde geld voor beschikbaar is. Voorwaar geen kleinigheidje. Op enig moment willen we ligplaats kiezen in onze woonplaats Hasselt; dat betekent dat er tezijnertijd een originele hasselter aak in de stad Hasselt komt!

1998. Een dik jaar verder, de eerste klussen geklaard en plannen voor nog veel meer.
In de winter van 1998, ruim een jaar na de eerste aanblik, kennen we alle spanten en ongeveer iedere klinknagel. De eerste vaartochten zijn gemaakt; op eigen motorkracht heen en weer van Hasselt naar Rotterdam. Een tuigplan is niet alleen in gedachten, maar ook al getekend en berekend. We hebben een fotomap aangelegd met herinneringen aan de zwammen, de schimmels en het roest van de eerste maanden, aangevuld met de werklijstjes, begrotingen, schetsen en tekeningen. Het laat zien hoe immens veel werk er verzet is. Dat helpt om de tijd te overbruggen die nog te gaan is voordat we de zeilen kunnen hijsen.

Veel verhalen over het restaureren van schepen zijn er reeds geschreven. Allemaal gaan ze over de zoektocht naar de oorsprong van een schip, het leven en werken aan boord in de tijd dat men er brood mee op de plank moest varen. Over de tijd dat zeilende schepen economisch niet meer rendabel waren en ze verlaten werden, eventueel nog een bestemming kregen als woonschip of in het ergste geval op een sloop hun einde vonden. En over de aandacht en liefde waarmee sommige gekken één van die schepen weer in oorspronkelijke staat terugbrengen.

Het bijzondere aan hasselteraak Dageraad.
Wat de Dageraad tussen alle verhalen over resatauratie en behoud bijzonder maakt, ligt voornamelijk in het feit dat dit schip slechts in heel geringe mate met zijn tijd is meegegaan en pas in 1996 in nog redelijk originele staat te koop kwam. Volgens de meetbrief in 1905 gebouwd op werf Appelo te Zwartsluis als aakschip, staal met dek. Laadvermogen “drie en zestig kubieke meter en zeshonderd vijftien kubieke decimeter”. In 1951 zijn de zeilen eraf gehaald, het mastdek ging eruit en de den werd met 15 cm verhoogd. Een Leeuwense vlet met een A-Ford ging als opduwer fungeren. Voor de rest bleef alles precies zoals het altijd geweest was. Rond 1966 nam zoon Meye Tjeerdsz, die na de dood van zijn ouders schipper-eigenaar was, een baan aan de wal. Hij bleef aan boord wonen en heeft later een eenvoudige woonruimte in het ruim laten maken. Degene die dit timmerwerk uitvoerde, deed dit in ruil voor de opduwer. Zodoende is het schip sindsdien niet meer van haar plaats aan het Westerdok weggeweest. Veel liefhebbers met oog voor mooie schepen probeerden Meye Tjeerdsz aan te spreken in de hoop hem te overhalen de Nieuwe Zorg te verkopen. Maar dat was absoluut niet aan de orde. Hij leefde er zijn leven, ook na zijn pensionering, en dat was goed.

In 1992 stierf hij. De familie was overtuigd dat dit waardevolle bezit in de familie moest blijven. Er werden plannen gemaakt voor de restauratie. Als eerste stond het houtwerk op de lijst, want dat was ook het eerste dat zichtbaar ontbrak en direct afbreuk deed aan het oorspronkelijke beeld van de Nieuwe Zorg. Een van de zwaarden was in de buurt van het schip onder water verdwenen. Dat werd opgevist en samen met het verrotte eikenhouten roer naar Urk gebracht, waar voormalig botterbouwer Flux alles exact namaakte en van het oude beslag voorzag. Een van de zussen van Meye Tjeerdsz gaf aanwijzingen voor de maten van mast, giek en bokkepoten. Zij ging daartoe op het schip staan en kon zich weer voor de geest halen dat bijvoorbeeld de mast, als die gestreken was, tot precies over de kont reikte. Dus maakte Flux een lariks mast met een lengte van 14 meter. Uiteindelijk waren tijdgebrek en ligplaatsperikelen de redenen om tot het verkopen van de Nieuwe Zorg over te gaan.

Geboren en getogen aan boord van de 'Nieuwe zorg', nu 'Dageraad'

Tante Jannie op bezoek
Tante Jannie op bezoek

Al snel na aankoop komen we in contact met één van de drie aan boord opgegroeide dochters: Jannie. Zij blijkt erg aan het schip verknocht en kijkt met plezier terug op haar leven aan boord. Toen ze in 1941 trouwde, ging ze van boord om met haar man op een eigen schip te gaan varen. Haar eerste kind werd evenwel op de 'Nieuwe Zorg' geboren. Daarna werd het een plek waar ze haar ouders, en later haar broer is blijven bezoeken. Zodoende is ieder detail en elke verandering haar bekend.

Samen bekijken we de foto's die wij onlangs maakten. Het valt haar op dat de houten schoorsteen ontbreekt en dat het watervat weer op de oorspronkelijke plaats staat. Ook de plaats van het mastdek kan haar goedkeuring dragen. De kleur -helder blauw met wit- is echter wennen. Ze probeert te omschrijven welke groene kleur het boeisel indertijd had, ze kijkt om zich heen, maar geen enkel voorwerp in de omgeving kan daarbij helpen. Een week later stuurt ze een stukje uit een tijdschrift dat de juiste kleur heeft. Als de familiefoto's 'van toen' te voorschijn gehaald worden, komen met die foto's de herinneringen weer boven. Hoe ze met 4 wildebrassen van kinderen op dat kleine schip leefden. In de zomer werden de petroleumstellen op de luiken gezet om buiten te koken. Als het ruim leeg was aten ze daar.

In de winter zat de hele familie in het achteronder, waar op het houtgestookte fornuis zowel de was als het eten werd gekookt. Vastgevroren liggen betekende pret, door het noodgedwongen op dezelfde ligplaats blijven, ging je een langere periode naar dezelfde school en kon je vriendjes en vriendinnetjes maken.

En uiteraard komt het beeld weer naar voor van kinderen die bij windstil weer in het trekzeel het schip in gang moeten houden. Ook weet ze te vertellen dat haar vader het schip onder een andere naam, n.l. Eben Haezer had gekocht van de eerste eigenaar en bij die aankoop de naam had veranderd. Ze overhandigt ons de notarisaktes waarin deze gegevens zijn vastgelegd. Ze herinnert zich ook dat die notaris voor de aankoop een lening verstrekte. Haar vader ging jaarlijks -in nette kleding gestoken- naar hem toe om een afgesproken deel af te lossen.

Het vaargebied was Friesland, Drenthe, Overijssel. De lading kon van alles zijn; turf, soms bieten, lange tijd teerslakken (toen de asfaltwegen aangelegd werden) en ook een periode kali.

Onze scheepstante is goud waard

Met een zekere regelmaat hebben wij contact met Tante Jannie. Het woord tante doet familieverbanden vermoeden, maar in die zin is zij eigenlijk geen echte tante. Beter gezegd: zij is onze “scheepstante”. We hebben een zeer hechte band opgebouwd, zien elkaar graag en spreken elkaar vaak. En -wat een grote rol speelt- zij kan ons alles vertellen over het leven aan boord van zo'n klein aakschip in de eerste helft van de twintigste eeuw.

In 1923 is zij als vierde kind geboren op de aak van haar ouders die toen “Nieuwe Zorg” heette. Op haar achttiende heeft zij er in diezelfde schipperskooi haar eerste zoon gebaard. Het is een feest als tante Jannie aan boord komt. Dan bloeit ze op, vertelt honderduit...

“Mijn scheepie” noemt ze het, want aan het woord Dageraad zal ze nooit kunnen wennen. Voor een dame van boven de tachtig stapt ze uiterst kwiek en behendig over de reling, door het gangboord en via een scheepsluik naar binnen, want natuurlijk moet er eerst ”een lekker bakkie geschonken worden”. Met oplettende, vinnige ogen bekijkt ze ieder detail en merkt op of dat wel of niet correspondeert met haar herinneringen.

Haar verhalen omvatten twee generaties scheepsbewoners uit de tijd van de zeilende binnenvaart en het varen met een opduwer. Een onmisbare bron van informatie voor ons die dit kostbare erfgoed hebben gerestaureerd en willen behouden.

Binnengekomen doet ze haar schoenen uit en haalt uit haar handtas een paar dikke zelfgebreide sloffen en trekt die aan. “Als ik hier ben en er over praat, dan komt alles haarscherp weer naar boven” is de uitspraak die ze doet als ze de kleine woonruimte achteronder binnenstapt. Dit is dan ook de plek waar ze zich thuis voelt. Wijzelf en ook onze bezoekers zitten daar hooguit voor een uurtje borrelen en theedrinken. Nu, in 2006 kan niemand zich voorstellen hoe in deze kleine ruimte een gezin met vier kinderen heeft geleefd. Een minimaal vloeroppervlak (2x2 meter) met een stahoogte van 1.60m! Daarin moest alles plaatsvinden: slapen, koken, eten, spelen, baren en sterven. Bedenk daarbij dat er geen elektriciteit, geen batterijen, gas of water en geen enkele sanitaire voorziening was. Bijvoorbeeld moest bij alles waarvoor warm water voor nodig was, de houtkachel opgestookt of de petroleumstellen aangestoken.

Er staat een piepkleine tafel, waarop met punaises een plastic zeil is vastgezet. Op zon- en feestdagen ging daar een geknoopt, wollen tafelkleed overheen. Aan weerszijden een eenvoudige donkergebeitste keukenstoel voor vader en moeder. Op de ingebouwde bank zaten de kinderen, ieder op een vaste plek. De weinige keren dat er familie op bezoek kwam, ging vader in het ruim of naar buiten. Zo nu en dan stak hij zijn hoofd naar binnen om te kijken of hij er alweer in kon.

Alle bezit en alle benodigdheden waren opgeborgen in de kasten en lades die, met de ronding van het schip mee, strak tegen de huid aangebouwd zijn. Elke centimeter is vernuftig benut. Iedere plank in elke kast is anders van vorm en afmeting, makkelijk uitneembaar en met Romeinse cijfers staan er nummers ingebeiteld. Zo kan de oliekwast geregeld overal bij de huid van het schip komen.

Ondanks het vernuft en de schoonheid, het is en blijft klein en veel spullen kunnen er niet geweest zijn. Toch is er bijvoorbeeld naast de schipperskooi een kleine hangkast met haken waaraan het trouw- en rouwpak en een zondagse, zwarte japon hingen.

Tientallen vragen dienen zich aan. Maar aan tante Jannie hoef je niet te trekken, zoals gezegd gaan de herinneringen stromen zodra ze binnen zit. Ze reikt haar hand naar een van de zwarte sierknoppen op de grote donkerbruine stuurboordkast en tot haar grote geluk kan ze die los in haar hand nemen.

“Kijk, dat was nou altijd al zo, nooit heeft iemand er aan gedacht om die eens vast te zetten. En hier, naast die knop, op dit randje lag de kam van mijn moeder. En aan de bakboordkant, op zo'n zelfde randje, die van mijn vader”.

Feilloos en precies weet ze welke haakjes, knopjes en oneffenheden er te vinden zijn. Ze doet deurtjes open, strijkt met haar hand over de planken en vertelt dat dit het bontegoedkastje was met de handdoeken, theedoeken en slopen, met op het onderste smalle plankje de rode zakdoeken van vader. In het kastje middenachter stonden de kopjes en bovenop dat servieskastje de tabakspot, keurig op een kleedje in het midden, met ernaast twee porseleinen Chinese vazen. Er was een naaikistje met alles erin voor verstel- en stopwerk. En moeder had een boterpot en een vetpot en een grote witstenen schaal waar speklappen laag op laag, bestrooid met zout en met een theedoek eroverheen bewaard werden.

“Alles glom hierbinnen. Ieder koperen knopje en ook de koperen plaat onder het fornuis werd wekelijks glimmend gepoetst”.

Dan gaat ze spontaan, languit in de schipperskooi liggen. Van vreugde over zoveel herinneringen en als het ware terug in de tijd, trappelt ze met haar benen. Hier is ze ooit zelf geboren en heeft ze tot haar vijfde jaar bij haar vader en moeder geslapen. Daarna, toen zus Sientje een dienstje kreeg en van boord ging, sliep ze met zus Corrie in de smalle bakboordkooi.

Wat het helemaal bijzonder maakt is dat ook haar eigen eerste bevalling op de Nieuwe Zorg plaatsvond. Het schip lag in Zwolle, het manvolk was van boord. In de woonruimte waren de tafel en de stoelen weggehaald. Er stond warm water op het fornuis en ook in het ruim op vier grote petroleumstellen. Het bakboorddeurtje van de kooi en ook de kinderplank waren eruit gelicht zodat zij dwars in de kooi kon liggen. De vroedvrouw stond in de deuropening bij haar voeten en moeder en zus ondersteunden haar hoofd en schouders via het ijzeren luikje naar het ruim. Zo is Harm in de schipperskooi, aan boord van zijn grootouders schip geboren.

Het fornuis dat zovele jaren trouwe dienst heeft gedaan is er niet meer. De nis is nog intact; rondom witte scheepstegels met facetrand, die met koperen schroeven op hun plaats blijven. De koperen onderplaat is dofzwart. Toch ziet ze het nog helemaal voor zich en tekent het -al pratende- op een stuk papier uit. Een complete tekening wordt het, met de asla, de zuurstoftoevoerklep en het stookgat aan de voorkant; de ringen bovenop en de twee ovendeurtjes. Alles eenvoudig opgesierd met een paar geëmailleerde bloemetjes.

Op het fornuis stond steevast de koffiepot en een juspannetje. Achter de ovendeurtjes twee strijkijzers. Als 's avonds het vuur uitging, dan stopte vader aanmaakhoutjes in de ovenruimte, zodat die voor de volgende dag makkelijk vlam konden vatten.

De turfbak -ook met van die mooie bloemetjes- stond onder tafel. Als het een strenge winter was, dan werd een hoeveelheid turf onder de vloer weggestouwd.

En die koperen plaat waar het fornuis op stond glom als een spiegel.

“'s Avonds zaten we met de hele familie bij mekaar. Moeder breide sokken, vader rookte zijn pijp en als er geld voor was, dan las hij zijn krant. Speelgoed hadden we niet veel, maar we verveelden ons nooit. We tekenden en kleurden eens wat en een favoriet spelletje was nummertjes trekken. In een handschoen deden we genummerde briefjes waarmee je allerlei kleine dingetjes kon winnen. Aan het eind van het spel gaven we elkaar alles weer terug”.

2016. Professioneel, authentiek schilderwerk in de schipperswoning

De schipperswoning in onze hasselter paviljoenaak Dageraad is onze trots, maar vormt tegelijkertijd ook een dilemma waar we al twintig jaar tegenaan hikken. Het interieur dateert uit 1905 en het schilderwerk is nooit en te nimmer vernieuwd. We vinden het een prachtig sfeervol schippersmuseum. Maar hoe prachtig en authentiek dan ook, de glans is er af, en de schippersfamilie zou dat zeker als achteruitgang betreuren.

De twee linkerdeurtjes geven<br>toegang tot de schipperskooi
De twee linkerdeurtjes geven
toegang tot de schipperskooi

In totaal zijn er in deze schipperswoning achttien deurtjes, alle zeer vakkundig in de lijn van het schip ingetimmerd. Er moet toentertijd topkwaliteit inlands hout voor handen zijn geweest, want nergens vertoont het hout barstjes of kromtrekkingen. Zes kastdeurtjes zijn oorspronkelijk in een donkerbruine mahoniesfeer 'gehout', maar door schipper MeyeTjeerd de Vries ooit van een foute vernislaag voorzien en daarmee faliekant verpest. Alle andere deurtjes zijn geschilderd in een soort okergeel dat doet denken aan eikenhout. Zij vertonen extreem veel craquelé, en de tand des tijds knaagt er steeds verder aan, zodanig zelfs dat er voortdurend bladdertjes verf afvallen...

Het fornuis in de op <br>scheepswijze betegelde schouw
Het fornuis in de op
scheepswijze betegelde schouw

Ons grote dilemma is: Deze vergane glorie In stand houden, óf Alles kaal halen en in oorspronkelijke staat terugbrengen. Twintig jaar lang hebben we een besluit daarover voor ons uitgeschoven. Enerzijds omdat we niet voldoende kennis over dit ouderwetse schilderwerk hebben, anderzijds omdat we ons bewust zijn dat het kwetsbaar is, en bovendien immens tijdrovend. Uiteindelijk zien we nu in dat het in stand houden door de tijd achterhaald is. Er is geen keus meer, we moeten aan het werk!

Tot ons grote geluk kwamen we via vrienden in contact met een professioneel restaurateur die vooral veel onderzoek doet naar oude verf en verftechnieken. Zijn briljante adviezen en instructies gaven de doorslag. Onder meer zei hij: “Maak er een stappenplan voor, begin maar eens met die zes donkere deurtjes, kijk hoe het uitpakt en beslis dan of jullie nu, of op een later tijdstip, verder gaan”.

Dus hebben we twee weken lang gekrabd en geschuurd tot onze handen er pijn van deden. Het was een wonderlijk proces om te zien wat hij ons voorzegd had; onder de taaie en vieze vernislaag kwam roodbruin mahonie tevoorschijn, met daar weer onder een prachtige oudroze grondlaag. Ook dat roze moest verwijderd, want alles moest volledig kaal. Daarna volgde het zorgvuldig plamuren en natuurlijk weer schuren, schuren en nog eens schuren. Grondverf en zijdeglanslak werden in de oude kleur roze gemengd, waarmee op alle kale deurtjes en deurposten -in drie lagen- de juiste ondergrond voor het 'houten' werd opgebouwd.

En dan komt de restaurateur opnieuw. Dit keer gewapend met lijnolie, terpentine en siccatief, met kwasten en penselen, omber- en siena-pigmenten. In ras tempo heeft hij het juiste mengsel klaar, de kwasten liggen op volgorde en een afveeglap is onder handbereik.

Interieur met zicht op de<br>twee patrijspoorten in de kont
Interieur met zicht op de
twee patrijspoorten in de kont

Met grote ogen volgen we zijn doortastende en routineuze handelingen. Eerst zijn de panelen aan de beurt. Hij hanteert een fors formaat penseel om met ferme, grove streken de juiste kleur op te zetten. Met een platte kwast egaliseert hij dat enigszins. Dan breekt het meest spannende gedeelte aan; een borstel met korte, stugge haren is het gereedschap waarmee de spiegels en grillige lijnen van mahonie geïmiteerd worden. De langshouten delen van de posten zijn wat eenvoudiger en worden opgezet met lange streken en vloeiende lijnen.

We kijken goed, onthouden iedere handeling. Maar het is een beste tegenvaller als we zelf aan de slag gaan. Dan wordt goed duidelijk dat er heel wat bij komt kijken om te komen tot een goed resultaat. En uiteraard moet je weten wat het goede gereedschap is, wat de juiste verf, en de juiste kleuren. Onze vaardige handen zijn niet voldoende, om tot een mooi resultaat te komen is kennis, maar vooral veel oefening nodig.

Onder leiding van de ervaren, professionele restaurateur hebben we de schipperswoning weer in oude staat kunnen terugbrengen.
Zeldzaam mooi. Museaal.

Hasselteraak Dageraad 1997-2022